Zonnepanelen op een gevel: Verticale montage en opbrengst in de winter
Stel je voor: je hebt een prachtige gevel, misschien wel baksteen of strakke betonlook, en je wilt zonnepanelen. Maar het dak is niet ideaal, te klein of staat vol schaduw van een boom.
Of je wilt gewoon meer opwekken dan alleen het dak aankan. Dan is de gevel een gouden greep.
Vooral voor de winter. Een verticale zonnepaneel op een gevel is geen experiment meer, het is een slimme zet voor iedereen die zijn eigen energie opwekt en slim omgaat met een thuisbatterij, laadpaal en een slimme thermostaat. Het is de manier om je energiebalans strak te trekken, ook als de zon laag staat.
Waarom een gevelpaneel jouw wintermaanden redt
De meeste daken liggen plat of schuin naar het zuiden. In de zomer is dat perfect, je panelen vangen de hele dag zon. Maar in de winter?
Dan staat de zon laag aan de hemel, en een schuin dak heeft vaak maar een paar uur echt goede zonnestraling.
Een verticaal paneel aan de gevel kijkt de zon recht in de ogen. Zeker als je gevel op het westen of oosten staat, maar ook het noorden kan verrassen.
De lage winterzon schijnt namelijk onder een hoek van 20 tot 30 graden. Een verticaal paneel (staand) vangt die straling perfect op, terwijl een horizontaal dakpaneel de straling grotendeels mist of als 'grijze stroom' opwekt. Het mooie is: je bent niet afhankelijk van de zuidkant.
Een gevel op het westen levert een piek op in de late middag, net als je terugkomt van je werk en de elektrische auto aansluit.
Een gevel op het oosten zorgt voor een vroegere piek, perfect voor het ontbijt en de eerste warmte van de dag. En een gevel op het noorden? Die levert in de winter op momenten dat een zuid-dak niets doet. Zo maak je van elke vierkante meter muur een energiecentrale die je helpt je energierekening naar beneden te halen.
De techniek: hoe werkt een verticale zonnepaneel?
Een verticaal paneel werkt in principe hetzelfde als een dakpaneel: het zet zonlicht om in gelijkstroom, die een omvormer omzet naar wisselstroom voor je stopcontacten. Het grote verschil is de montage en de celtechnologie.
Voor een gevel worden vaak speciale panelen gebruikt, zoals de SunPower Maxeon 3 of REC Alpha Pure-R die bekend staan om hun hoge efficiëntie bij lagere lichtintensiteit.
Deze panelen hebben een zogenaamd 'half-cut cell' ontwerp. Dat betekent dat de cellen in tweeën zijn gesneden. Dit vermindert energieverlies door schaduw (bijvoorbeeld door een dakkapel of boom) en zorgt voor een betere opbrengst bij bewolkt weer.
Een ander slim element is de keuze voor een 'bifaciaal' paneel. Dit is een paneel dat aan beide kanten zonlicht opvangt. Als je hem verticaal monteert, vangt de voorkant direct zonlicht op, en de achterkant het weerkaatste licht van de muur of de lucht. Dit levert in de praktijk, afhankelijk van de kleur van je gevel (wit reflecteert meer) en de omgeving, tot 10% extra opbrengst op.
De juiste hoek en afstand
Je omvormer moet hier wel geschikt voor zijn; een micro-omvormer van Enphase of een string-omvormer van Fronius met aparte MPP-trackers is ideaal om elke serie panelen optimaal te benutten.
De ideale hoek voor een gevelpaneel is 90 graden, dus loodrecht op de muur. Maar om schaduw van de onderkant van de gevel te voorkomen, wordt vaak een kleine speling aangehouden.
Een hoek van 10 tot 15 graden van de muur af (naar voren hellend) kan de opbrengst in de winter verhogen; net als bij zonnepanelen op een dakkapel is de juiste hellingshoek essentieel om schaduwvorming te voorkomen. De afstand tussen de panelen onderling is cruciaal voor de luchtcirculatie. Paneel 1 moet genoeg ruimte hebben boven paneel 2 om niet te veel warmte op te bouwen. Een open structuur, zoals een frame van aluminium profielen, zorgt voor een koele werking en verlengt de levensduur van de cellen.
Soorten systemen en prijsindicaties
Je hebt drie hoofdkeuzes voor de gevel. De meest gangbare is het 'standaard' frame-systeem.
Hierbij monteer je aluminium profielen op de gevel, waaraan je de panelen bevestigt. Dit werkt voor baksteen, hout en aluminium gevels. Net als bij zonnepanelen op een asbestvrij dak, kost een set van 4 panelen (ruim 1.600 Wattpiek) met een goed frame en montage materiaal ongeveer €2.800,- tot €3.500,-. Dit is inclusief de panelen (bijvoorbeeld 400Wp panelen van Longi of Jinko) en de benodigde kabels.
De omvormer is hier vaak nog niet bij inbegrepen, die kun je los kopen (bijvoorbeeld een Huawei SUN2000 van rond de €600,-). Een tweede optie is het 'gevelintegratie' systeem.
Hierbij worden de panelen direct op de muur geschroefd en vormen ze de gevelbekleding.
Dit is esthetisch prachtig, maar wel duurder. Je betaalt al snel €4.500,- tot €6.000,- voor een vergelijkbare set, omdat de panelen speciaal zijn en het montagesysteem op maat gemaakt moet worden. Denk hierbij aan systemen van Schüco of speciale BIPV (Building Integrated Photovoltaics) oplossingen.
Derde optie: losse 'balcony power plants' of kleinere sets voor het balkon. Dit is de instap.
Een set van 2 panelen (800Wp) met een micro-omvormer (zoals een Hoymiles of Enphase IQ8+) kun je vaak al voor €700,- tot €900,- aanschaffen. Je plugt ze in het stopcontact (mits je een groepen kast hebt die dit toelaat, check dit altijd!). Dit is ideaal voor huurders of als je gewoon wilt proeven van de techniek.
De opbrengst in de winter met zo'n set is beperkt, maar in de zomer kan dit zomaar 30% van je dagverbruik dekken.
Subsidies en BTW-teruggave
Vergeet de financiële voordelen niet. Voor zonnepanelen op je dak én gevel mag je de BTW (21%) terugvragen van de aanschaf.
Dat scheelt direct 21% op de totaalprijs. Daarnaast zijn er in veel gemeentes subsidies voor het verduurzamen van je huis, zoals de ISDE (Investeringssubsidie Duurzame Energie).
Check altijd de site van je gemeente en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Als je de panelen combineert met een thuisbatterij voor extra rendement (zoals de Enphase IQ Battery 5P of Sonnen), maak je soms ook aanspraak op extra stimulering.
Praktische tips voor je start
Voordat je de boormachine pakt, check je de draagkracht van je gevel. Een gemiddeld zonnepaneel weegt zo'n 18 tot 20 kilo.
Met het frame en schroeven erbij tikt dat aan. Bij een bakstenen gevel is dit meestal geen probleem, maar bij een houten gevel of oude gatenbakstenen moet je oppassen.
Gebruik altijd chemische ankers of speciale muurankers voor de zware belasting. En zorg dat je de kabels netjes wegleidt. Niets is lelijker dan een kabel die over je gevel kronkelt.
Gebruik kabelgoten in dezelfde kleur als je muur. Een ander cruciaal punt: schaduw.
Zelfs een klein schaduwplekje van een dakkapel of een schoorsteen kan de opbrengst van een heel paneel serie naar beneden halen. Kies je voor micro-omvormers of een power optimizer systeem (zoals SolarEdge), dan heeft schaduw op één paneel geen invloed op de rest. Dat is het geld vaak waard, zeker bij een gevel waar schaduw onvermijdelijk is. Tot slot: sluit je installatie aan op je slimme energiebeheer systeem.
Koppel je omvormer aan een app van Fronius, Enphase of SolarEdge.
Zo zie je precies wat je opwekt en kun je je laadpaal of warmtepomp automatisch inschakelen op het moment dat de zon schijnt. Dat is pas écht slim wonen.
